Meer over Weerbaarheid

Geschiedenis van Weerbaarheid

Het ontstaan

Alle huidige weerbaarheidstrainingen komen voort uit de cursussen zelfverdediging voor vrouwen die eind jaren ’70 door de vrouwenbeweging werden georganiseerd. In deze cursussen werd vooral geoefend tegen aanvallen van de “man uit de bosjes”: een onbekende dader die zich schuldig maakt aan aanrandingen en verkrachtingen. De lessen bestonden vooral uit het trainen van technieken uit de vecht- en verdedigingssporten en waren voornamelijk fysiek.

Na verloop van tijd werd echter duidelijk dat het alleen bijbrengen van fysieke technieken onvoldoende was om de deelnemers ook daadwerkelijk weerbaarder te maken. Het alleen trainen van fysieke technieken bleek niet te kunnen voorkomen dat een slachtoffer van geweld ‘bevroor’ en daardoor niets aan de gevolgde training had. Ook werd steeds duidelijker dat plegers van seksueel geweld meestal bekenden zijn van het slachtoffer. En als je iemand (goed) kent is het vaak moeilijker om je fysiek te verdedigen. Ook is seksueel geweld niet de enige vorm van grensoverschrijdend gedrag. Bij veel andere vormen van grensoverschrijdend gedrag, denk aan pesten, racisme, seksisme, of groepsdruk, is het niet passend om fysieke technieken in te zetten.

Deze inzichten zorgden ervoor dat al aan het einde van de jaren ’80 en in het begin van de jaren ’90 de fysieke trainingen werden aangevuld met andere werkvormen, zoals de boom-ballon, de stop! -oefening en de stemmingenloop. Daarnaast werden de confrontatieregels geïntroduceerd als een basis voor het op een goede manier voor jezelf opkomen.

Vanaf de late jaren ’80 tot 2006 werd verdere ontwikkeling van de lesprogramma’s en cursussen gestimuleerd door subsidies vanuit de Ministeries Onderwijs en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zo ontstonden andere programma’s waarvan het Marietje Kessels Project waarschijnlijk de oudste is die nog steeds wordt uitgevoerd. Vanuit de kennis die in opdracht van de Ministeries ontwikkeld werd, kwamen ook andere programma’s voort, waarvan Rots en Water de bekendste is.

Doelgroepen en thema’s

Een andere belangrijke ontwikkeling is dat de cursussen ook steeds meer aan andere doelgroepen dan alleen volwassen vrouwen gegeven werden. In eerste instantie alleen aan meisjes, door bijvoorbeeld het al genoemde Marietje Kessels Project, maar later ook aan andere groepen. Tegenwoordig wordt weerbaarheid aan elk denkbare doelgroep aangeboden. De laatste tien jaar ook aan complexe doelgroepen, zoals jongeren in gesloten jeugdzorg, overlast gevende asielzoekers. Zelfs in Tbs-instellingen worden weerbaarheidscursussen gegeven. De thema’s die hierbij aan de orde kunnen komen zijn zeer uiteenlopend, denk hierbij aan huiselijk geweld, groepsdruk, racisme, bureaucratie en pesten.

Methodiek toen en nu

Veranderingen in doelgroepen en thema’s betekende natuurlijk ook een verandering in methodieken. Immers: de aanpak waar de eerste weerbaarheidstrainers voor kozen was niet altijd passend op alle doelgroepen en thema’s.

In het Handboek weerbaarheid: van theorie naar toepassing (tweede druk) staat een mooi overzichtje van de verschillen van de aanpak in 2000 ten opzichte van de aanpak van tegenwoordig:

Weerbaarheid anno 1990 Weerbaarheid nu
Gericht op vergroting van vaardigheden en gedragsalternatievenNaast vaardigheden veel aandacht voor vergroting van eigenwaarde
Gericht op (potentiële) slachtoffers, vrouwen en meisjesEen veelheid aan doelgroepen, waaronder ook (potentiële) daders
Gericht op met name seksueel grensoverschrijdend gedragEen veelheid aan thema’s waaraan gewerkt kan worden, zoals pesten, racisme, seksisme, bureaucratie en groepsdruk
Zelfverdedigingstechnieken stonden centraalZelfverdedigingstechnieken worden naast andere werkvormen ingezet als middel voor het ervaren van eigen kracht (fysiek en mentaal) ten behoeve van vergroting eigenwaarde
Gedachte dat vergroting van weerbaarheid ‘vanzelf’ zou gaan als iemand voldoende fysiek vaardig isIn de methodiek is er aandacht voor ervarend leren via beweegwerkvormen
Technisch gerichte lessenSpelend en ervarend leren

Opleidingen toen en nu

Zolang als er weerbaarheidslessen gegeven worden zijn er al opleidingen. Ooit was er een tweejarige opleiding “Lerares Zelfverdediging”, waar alleen vrouwen aan mochten deelnemen aangezien de cursussen in die tijd ook alleen aan meisjes en vrouwen werden gegeven Lees hier meer over seksespecifiek werken. In 2000 is daar de laatste lichting van afgestudeerd. Er was toen al een tweede opleiding: een eenjarige post-mbo-opleiding die ook wel incompany werd gegeven ter voorbereiding op het uitvoeren van het Marietje Kessels Project.

Deze opleiding is later overgenomen door Movisie, dat deze opleiding rond 2012 voor het laatst verzorgde. Vanaf september 2010 is er een post-hbo opleiding, die beter past bij de complexiteit van de doelgroepen en de methodische ontwikkelingen. Sinds 2016 wordt deze opleiding door de Pons Academie verzorgd.

Natuurlijk zijn er daarnaast nog tal van andere weerbaarheidsscholingen die de deelnemers aan deze scholingen in een dag, of een paar dagen een soort introductie geven en meestal gericht zijn op het overbrengen van één bepaalde uitgewerkte opzet. Lees hier ons standpunt over scholingen waarin een standaard-cursus wordt geïntroduceerd.

In de toekomst

We weten natuurlijk niet wat de toekomst brengt, maar weerbaarheid staat sinds een aantal jaar weer flink in de belangstelling. Er ligt nu (eigenlijk voor het eerst in de geschiedenis van weerbaarheid) een geheel uitgewerkte methodiek op basis waarvan een cursus gebouwd kan worden. Deze methodiek is beschreven in het “Handboek Weerbaarheid: van theorie naar toepassing”, waar in 2022 een tweede druk van verscheen.

Vier methodische uitgangspunten van weerbaarheid

Je bouwt je cursus, of je begeleidingstraject, op met behulp van de 7 stappen van het KISS-model zoals beschreven in het Handboek Weerbaarheid: van theorie naar toepassing. Het is ook te vinden in ons e-book.

Inhoudelijk gezien zijn er de 4 pijlers op basis waarvan je een cursus of begeleidingstraject vormgeeft. Ook deze zijn uitgelegd in de tweede druk van het Handboek Weerbaarheid.

Bij de opbouw van een cursus of begeleidingstraject (stap 6 en 7 van de KISS-aanpak) zijn er een aantal methodische uitgangspunten die het opzetten en vormgeven van het traject gemakkelijk maken. We noemen er hier vier. Als je deze volgt, heb je een emotioneel veilige cursus waarin iedere deelnemer daadwerkelijk weerbaarder kan worden.

Deze 4 methodische uitgangspunten zijn:

  1. Ervarend leren
  2. Bouw voort op datgene waar de deelnemer al goed in is.
  3. Herhaling geeft herkenning, geeft veiligheid en geeft een hoger leerrendement.
  4. Oefen eerst losse onderdelen, dan combinaties en pas daarna het totaal

Ervarend leren

De kern van de methodiek van psychofysiek werken is het ervarend leren. Stapsgewijs ervaart een cursist wat weerbaarheid voor hem inhoudt. Daarom is het belangrijk dat je bij iedere werkvorm vooraf bepaalt wat de cursist moet ervaren, en hoe jij als trainer of coach dat kunt zien.

Zo is bijvoorbeeld een lage ademhaling erg belangrijk: zonder dat is weerbaar zijn erg moeilijk. Dat kun je natuurlijk uitleggen, maar belangrijker is dat de deelnemer aan je traject daadwerkelijk ervaart dat een lage ademhaling niet alleen prettig voelt, maar ook sterker maakt en helpt bij een stevige uitstraling.

Kies daarom werkvormen waarin de cursist op een speelse wijze al deze voordelen ervaart. In paragraaf 9.5 van het Handboek Weerbaarheid staan er een aantal genoemd. Denk bijvoorbeeld aan het om en om slaan op een stootkussen, waarbij de deelnemers eerst fluisteren en daarna steeds meer hun stem verheffen (en daardoor als vanzelf harder gaan slaan of trappen). Ook de schreeuwestafette en werkvormen waar de deelnemers een pingpongballetje proberen te verplaatsen zijn geschikt om deelnemers het effect van een lage ademhaling te laten ervaren. Dit geldt evenzeer voor andere elementen van de weerbaarheid, zoals stevig staan en de confrontatieregels.

Bouw voort op waar je deelnemer al goed in is

De tijd dat weerbaarheidstrainers en -coaches hun cursisten slechts één manier aanleerden om weerbaar te zijn, ligt hopelijk ver achter ons. Er is vrijwel altijd meer dan één manier om effectief te reageren op grensoverschrijdend gedrag. Zo kan een grens getrokken worden door een ander te confronteren, maar in andere gevallen kan het juist effectief zijn om je boodschap duidelijk te maken met een grapje. Zo kan ook om hulp vragen, of ergens juist geen aandacht aan te schenken ook effectief zijn. Het is aan de weerbaarheidstrainer de manier te zoeken die het best past bij de betreffende cursist. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van de 4 elementen (zie hoofdstuk 16 van de tweede druk van het Handboek Weerbaarheid), maar het zou eigenlijk een rode draad moeten zijn door de hele cursus. Het is gemakkelijker om je deelnemers beter te maken in dat wat ze al kunnen dan om ze nieuwe dingen aan te leren.

Herhaling geeft herkenning geeft veiligheid en geeft een hoger leerrendement

Ervarend leren kan best spannend zijn. Om te voorkomen dat je deelnemers je werkvormen alleen maar ‘leuk’ vinden en er verder niets van leren, is het belangrijk dat zij zich veilig voelen. Daarom is herhaling zo belangrijk. Vanzelfsprekend bedoelen we hier niet de herhaling van werkvormen als geheel (saai!). Het gaat om het voortbouwen op wat al eerder aan bod is gekomen. Bekend is bijvoorbeeld de veel gebruikte kennismakingswerkvorm waarin de deelnemers in een kring staan en ballen overgooien terwijl ze hun eigen naam noemen. De volgende stap is dat ze de naam noemen van de cursist naar wie ze de bal gooien. Deze werkvorm kan later in de cursus terugkomen met het accent op samenwerking of oogcontact.

Ook voor individuele trajecten zijn er tal van werkvormen die je kunt laten terugkomen, denk bijvoorbeeld aan de stop-oefening. Deze is niet alleen geschikt om de eigen grens te leren ervaren, maar kan ook gebruikt worden om de combinatie van confrontatieregels te oefenen.

Vanuit dit methodische uitgangspunt van herhaling is het belangrijk om niet al te veel verschillende organisatievormen (kring, tweetallen, frontaal, door elkaar, enzovoorts) per les te gebruiken. En om te kiezen voor steeds ongeveer vaste opzet per les met een ongeveer dezelfde start en afsluiting. Naast een groet worden massagewerkvormen, geleide fantasie of dansen in een kring hier veel voor gebruikt. In hoofdstuk 8 van ons Handboek Weerbaarheid (tweede druk) vind je hier meer over.

Eerst losse onderdelen, daarna combinaties en daarna pas het totaal

Dit uitgangspunt is terug te zien in iedere les en loopt bovendien door de hele cursus. Door een traject op deze manier op te bouwen gaat leren vanzelf. Als voorbeeld gebruiken we hier de confrontatieregels. In het begin van de cursus komen de losse elementen aan bod, zoals stevig staan, een lage ademhaling, oogcontact en een rechte rug. Daarna worden die in combinatie geoefend, dus bijvoorbeeld stevig staan met een lage ademhaling. Zo wordt dat verder opgebouwd naar het totale plaatje. Pas dan oefen je het geheel (in dit voorbeeld dus alle confrontatieregels tegelijk): eerst in een losse werkvorm en daarna pas in een rollenspel

Een bekende werkvorm waarin alle confrontatieregels tegelijk geoefend kunnen worden - zonder de lading van een rollenspel - is de matjesoefening. Bij deze werkvorm staat de ene cursist (of de coach bij een individueel traject) op een matje. De andere cursist, of coachee, probeert ook op het matje te staan. Hij mag niet duwen en trekken en mag pas op het matje stappen als hij ruimte voelt, maar verder mag hij alles inzetten: smeken, commanderen, vragen…. De cursist op het matje, of de coach, zet één of meerdere confrontatietechnieken in. De cursist die graag op het matje wil staan zal merken dat alleen alle confrontatietechnieken tezamen overtuigend zijn. Dus de combinatie van oogcontact, rug recht, hoofd recht, lage ademhaling, niet in discussie gaan, een congruente lichaamshouding en gezichtsuitdrukking en een frontale houding.

Wanneer de ‘echte’ rollenspelen zoals de breedzitter, of voordringen in een rij, aan de beurt zijn worden de losse confrontatieregels nog eens herhaald, bijvoorbeeld in een nee-cirkel. Dan zullen de cursisten het rollenspel bijna als ‘vanzelf’ goed uitvoeren en ervaren wat ze allemaal al geleerd hebben.

Handboek Weerbaarheid - Van theorie naar toepassing

Het Handboek Weerbaarheid is dé leidraad voor iedere weerbaarheidstrainer, ervaren en onervaren. Het boek biedt een theoretische onderbouwing van de methodiek van psychofysieke weerbaarheid. Het beschrijft de aandachtspunten voor praktisch iedere doelgroep en beschrijft hoe je een weerbaarheidstraining opzet en uitvoert. Het sluit af met een groot aantal voorbeeldwerkvormen.

De opzet van een weerbaarheidstraining

4 pijlers & 4 methodische uitgangspunten

Geen weerbaarheidstraining is hetzelfde, omdat geen doelgroep hetzelfde is. Toch zijn er een aantal eenvoudige methodische uitgangspunten te formulieren die ondersteunen in het ontwikkelen van een goede weerbaarheidstraining.

We leggen deze methodische uitgangspunten uit in het e-book én we geven je een viertal voorbeelden van lesopzetten.

Begeleiden naar weerbaarheid & veerkracht

Heb jij je ooit afgevraagd waarom jouw coachtraject of cursus de ene keer een fantastisch resultaat heeft en een andere keer een stuk minder? Hoe het komt dat je weleens merkt dat de ene coachee sneller weerbaarder of veerkrachtiger wordt dan de ander? Wij zijn van mening dat ‘de’ weerbaarheidscursus of ‘het’ veerkracht begeleidingstraject niet bestaat. 

Wij geloven dat je het meeste rendement voor je cursist of coachee kunt bieden als je de 7 stappen vanuit dit e-book consistent toepast.

In het e-book ontvang je bij iedere stap toelichting en een voorbeeld lesplan.

Interessante opleidingen & cursussen over weerbaarheid

Allround Trainer Weerbaarheid

Geef jij weerbaarheidstrainingen binnen je eigen organisatie, aan kwetsbare jeugd of een andere doelgroep? Met deze opleiding verhoog jij de diepgang en leer je een structureel resultaat te stimuleren.

Meer informatie about Allround Trainer Weerbaarheid

Coach Individuele Weerbaarheid

Weerbaarheid is belangrijker dan ooit. Leer binnen deze opleiding de weerbaarheid van je doelgroep, op individueel niveau, naar een hoger plan te tillen.

Meer informatie about Coach Individuele Weerbaarheid

FAQ

Waarom krijgen de studenten van jullie opleidingen niet gewoon een uitgewerkte lessenserie?

Hoe een goede cursus weerbaarheid eruitziet wordt bepaald door 3 aspecten. Ten eerste zijn er de specifieke kenmerken van de doelgroep. Het gaat dan om bijvoorbeeld sekse, leeftijd, motorische vaardigheden, aanwezigheid van trauma’s enzovoorts.

Ten tweede moeten de doelen van de cursus bepaald worden, wat zijn de weerbaarheidsthema’s? Moeten de cursisten weerbaarder worden in situaties van huiselijk geweld, racisme, pesten, of willen ze zich gewoon veiliger voelen op straat?

Ten derde zijn de kenmerken en vaardigheden van de trainer van belang. Sommige trainers zetten bijvoorbeeld graag op yoga, of mindfulness gebaseerde werkvormen in, anderen werken liever met technieken uit de martial arts. Bij Pons Academie leren we onze studenten hoe zij zelf een goede, bij hen passende, cursus kunnen ontwikkelen. Je kunt immers een cursus van een ander nooit zo goed geven als een door jouwzelf ontwikkelde cursus! Je brengt jezelf mee naar de lessen!

Wat is het verschil tussen een weerbaarheidstraject en agressiehantering?

In weerbaarheidstrainingen ondersteunt de trainer de cursist in het weerbaarder worden en het passend kunnen reageren op grensoverschrijdend gedrag. Wanneer je googelt op ‘wat is weerbaarheid?’ vind je veelal een onderscheid tussen mentale, fysieke en soms ook verbale en sociale weerbaarheid. Volgens ons is dit onderscheid niet zo precies te maken en beïnvloeden die verschillende aspecten elkaar. Sterker nog: wij geloven dat een goede weerbaarheidstraining, of een goed begeleidingstraject, alle aspecten in zich moet hebben. Je kunt ze dus niet los van elkaar kan zien, al helpt het onderscheid wel om beter te beschrijven wat weerbaarheid nu eigenlijk is.

Trainingen agressiehantering richten zich meestal op professionals. Dit zijn over het algemeen communicatietrainingen, vaak met speciale aandacht voor fysieke aspecten zoals spanning en non-verbale communicatie. Dikwijls is er ook aandacht voor preventief beleid en voor nazorg. Er zijn ook trainingen fysieke controle en beheersing die gericht zijn op het in teamverband fysiek ingrijpen op een professionele manier: deze trainingen worden ook wel onder de noemer gevaarsbeheersing gegeven.

Wat als een cursist huilbui krijgt?

Tranen bij deelnemers zijn niet altijd te voorkomen, zo laten mensen soms een traantje als ze het plankje hebben doorgeslagen. Een echte huilbui wil je liefst voorkomen: niet in de laatste plaats voor deze cursist. Vanzelfsprekend gaat je aandacht eerst uit naar de huilende cursist: je biedt deze troost en een luisterend oor en pas als de cursist gekalmeerd is ga je verder met je les. Eventueel biedt je aan om na de les verder praten.

Wanneer zoiets gebeurt verdwijnt natuurlijk de flow uit je les en dat wil je niet en het kan een gevoel van onveiligheid geven bij de overige cursisten. Het is daarom goed om na die les na te gaan of er iets is misgegaan in de opbouw van je les. Weerbaarheid is ervarend leren: het draait echter om beleving, niet om herbeleving! Misschien had je meer aandacht aan de opbouw moeten besteden, bijvoorbeeld door meer inleidende werkvormen in te passen. Volg de methodische uitgangspunten zoals beschreven in het Handboek Weerbaarheid.  Het kan natuurlijk ook zijn dat een weerbaarheidscursus voor een cursist niet geschikt is. Verwijs iemand dan door: een weerbaarheidstrainer is geen psychotherapeut! Daarom is het belangrijk dat jij als een trainer een goed overzicht hebt van de geestelijke hulpverlening in jouw regio.

Wat kan ik doen als het een cursist niet lukt om een plankje door te slaan?

Het is wenselijk dat als cursisten een plankje willen doorslaan zij met een door henzelf gebroken plankje naar huis gaan. Weerbaarheid gaat over eigenwaarde en eigen kracht, dus een succesbeleving is hier van belang. Als het iemand niet lukt om een plankje door te slaan is ergens er iets misgegaan en dat is nergens voor nodig: iedereen kan een 2 cm dik plankje van vurenhout doorslaan!

Controleer voor je de deelnemers het plankje aanbiedt of zij voldoende kracht en goede motorische vaardigheden hebben. Dat doe je door iedereen op een stootkussen te laten slaan en te kijken of raakvlak, mikpunt en techniek goed zijn. Als je hebt vastgesteld dat iedereen voldoende vaardigheid en techniek heeft kun je het plankje aanbieden. Mocht iemand dat plankje per se niet willen doorslaan dring dan niet aan!

Laat je deelnemers, in verband met mogelijke blessures, maximaal 2 pogingen wagen. Als het dan nog niet is gelukt laat de betreffende deelnemer het dan met de voet doortrappen. Paragraaf 11.5 in ons Handboek Weerbaarheid (tweede druk) beschrijft hoe je de werkvorm met het plankje het beste kunt voorbereiden en uitvoeren.

Wat kan ik doen als het sommige cursisten niet lukt om basistechnieken zoals stevig staan, oogcontact maken, of een lage ademhaling, uit te voeren?

Het is voor sommige cursisten heel erg moeilijk om oogcontact te maken, of om uit hun buik te ademen. Wat je dan vooral niet moet doen is hier extra aandacht aan schenken. Je zult zien dat de deelnemer daar onzeker van wordt. Vaak lukt het wel als je de werkvormen rustig opbouwt. Bijvoorbeeld door de groep eerst met zijn allen te laten gillen en daarna pas het schreeuwen te oefenen. Of door, wanneer cursisten hun gezicht niet in de plooi kunnen houden bij het stellen van een grens, een nee-cirkel te doen waarbij de deelnemers op allerlei manieren ‘nee’ mogen zeggen: lachend, boos, verdrietig enzovoorts. Wees dus zorgvuldig in de opbouw van de werkvormen. Vergeet niet elke werkvorm positief af te ronden, met de juiste weerbaarheidsvaardigheid.

Hoe zorg je ervoor dat alle deelnemers zich veilig voelen in jouw lessen?

Je kunt op verschillende manieren zorgen voor emotionele en fysieke veiligheid: door het creëren van een positieve sfeer in je lessen, door een zorgvuldige opbouw van de cursus en de lessen en tot slot door de verantwoorde keuze van de werkvormen.

Zorg voor een positieve sfeer: deel veel complimenten uit en zorg ervoor dat de sfeer losjes blijft. Sluit je lessen en alle werkvormen positief krachtig af!

Het is belangrijk om met een duidelijke structuur te werken. Een heldere structuur komt tot uitdrukking in een herkenbare start, een goede afsluiting, werkvormen die verschillende keren terugkomen en in het feit dat je kiest voor slechts een beperkt aantal organisatievormen (kring, tweetallen, estafette enzovoorts).

Kies in je les ook voor werkvormen waarin niets steeds dezelfde cursist in ‘de beste’ is; probeer ervoor te zorgen dat elke cursist een keer beter is dan anderen. Zorg ervoor dar de werkvormen goed op elkaar aansluiten waardoor deelnemers stapsgewijs en ongemerkt leren.

Wat kan ik doen als mijn cursisten een rollenspel niet serieus nemen?

Meestal heeft dat te maken met de voorbereiding, of met de structuur van het rollenspel. We hebben hier 2 tips voor:

  • Oefen alle losse elementen die nodig zijn om het rollenspel goed uit te voeren vlak voor het rollenspel nog een keer. Zo kun een nee-cirkel doen, waarbij je stevig staan, een lage ademhaling, oogcontact en dergelijke nog een keer oefent.
  • Zorg voor een duidelijke structuur, zodat het geen ‘toneelstukjes’ worden. Bijvoorbeeld door het inzetten van een binnen- en een buitenkring, of door het rollenspel plenair uit te spelen.

Meer tips over de opbouw naar een rollenspel vind je in paragraaf 12.6 van het Handboek Weerbaarheid  

Waarom hebben jullie zo’n hekel aan de stop-hand?

Wij hebben geen hekel aan de stop-hand: we vinden alleen dat deze vaak verkeerd wordt uitgevoerd. Regelmatig zien wij een stophand met een gestrekte arm en de handpalm bijna in het gezicht, in plaats van een gebogen arm ter hoogte van de maag met de handpalmen naar beneden. Met een gestrekte arm nodig je een cursist niet uit om rust uit te stralen, met de adem laag, stevig te staan, oogcontact te maken en rustig maar duidelijk ‘stop’ of ‘nee’ te zeggen. Integendeel, een stop-hand in een gezicht werkt escalerend en leidt af van het doel. Waarom zou je het ingewikkelder maken dan nodig?

Waarom laat je cursisten liever niet het ‘foute’ voorbeeld oefenen?

In de lessen focussen we op het opdoen van positieve ervaringen: met verkeerde technieken, of reacties krijgen je cursisten die niet. Daarnaast wil je natuurlijk dat een cursist met een goede houding en goede technieken oefenen en niet de verkeerde vaardigheden aanleert, Natuurlijk zijn er een enkele uitzonderingen, met name wanneer je je cursisten in tweetallen laat oefenen. Zorg er dan voor dat je diegene die het “verkeerde” gedrag oefent ook laat ervaren hoe het ”juiste” gedrag werkt. Een belangrijke uitzondering is het uitvergroten van het “verkeerde” gedrag om de tegenstelling met het “goede” gedrag uit te vergroten, zoals hierboven uitgelegd bij de vraag: Wat kan ik doen als het sommige cursisten niet lukt….

Wat vinden jullie van seksespecifiek werken?

Oorspronkelijk werd in weerbaarheid onder ‘seksespecifiek werken’ verstaan dat een vrouwengroep les krijgt van een vrouw en een mannengroep van een man. Daar is iets voor te zeggen: je bent als weerbaarheidstrainer ook een rolmodel en het is gemakkelijker om je te identificeren met iemand die op je lijkt dan met iemand die niet op je lijkt.

Tegenwoordig zijn we hier echter niet meer zo dogmatisch in. Voor ons is seksespecifiek lesgeven dat je je goed beseft welk effect jij hebt op de groep. Het is niet onmogelijk dat een man aan een vrouwengroep lesgeeft, of een vrouw aan een mannengroep, mits de betreffende docent in staat is de verschillen te overbruggen en beseft welke invloed dit heeft. Dat geldt overigens ook voor andere zaken, zoals bijvoorbeeld etnische afkomst.

Daarnaast betekent seksespecifiek werken ook dat er vrouwen/meisjes- en mannen/jongensgroepen bestaan. Als de deelnemers van een cursus te veel van elkaar verschillen, of zich niet veilig voelen, is je cursus minder effectief. Daarom worden cursussen weerbaarheid ook tegenwoordig nog meestal seksespecifiek gegeven. In cursussen waarin zowel mannen als vrouwen deelnemen gaat het vaak om bestaande groepen, waarin sprake is van een negatieve groepsdynamiek. Weerbaarheid wordt dan ingezet om de groepsdynamiek te verbeteren.

Waarom ervaren sommige cursisten hun grens niet bij de stop-oefening?

De stop-oefening is één van de ingewikkeldste werkvormen in de weerbaarheid. Als die niet goed wordt opgebouwd zullen je deelnemers geen leerervaring hebben. Zorg dat je dus vooraf goed duidelijk hebt met welk doel je deze werkvorm inzet: wil je dat de stop-zeggers ervaren wat het niet-pluis gevoel is, wil je het inschatten van een veilige afstand oefenen, of wil je dat de deelnemers ervaren hoe het is als iemand op een assertieve manier ‘stop!’ zegt? Hou bij deze werkvorm de regie goed in handen, laat de deelnemers bijvoorbeeld pas starten als jij dat aangeeft en niet eerder!

Het kan ook zijn dat een deelnemer de eigen grens echt niet ervaart. Dan zou het mogelijk een signaal kunnen zijn van slachtofferschap van (ernstig) grensoverschrijdend geweld en is het de vraag of deze deelnemer wel thuishoort in een weerbaarheidscursus.

Het ervaren van de eigen grens - zoals je dat bij de stop-oefening, maar ook bij werkvormen rondom het ja, nee en twijfelgevoel oefent - is noodzakelijk voordat je verder kunt. Als een cursist de eigen grens niet herkent, kun deze hem ook niet stellen!  

Meer informatie: paragraaf 10.2 van het Handboek Weerbaarheid (tweede druk), daar vind je ook andere werkvormen voor het herkennen van je grens.

Meer lezen over weerbaarheid & agressie